Kenmerkend voor iemand met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is een diepgewortelde en extreme behoefte om verzorgd te worden. Dit leidt tot onderdanig vastklampend gedrag en verlatingsangst.
De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heeft volgens de DSM-IV-TR de volgende kenmerken:[1]
Een diepgaande behoefte om verzorgd te worden, die begint in de vroege volwassenheid en tot uiting komt in verschillende situaties. We spreken van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis als iemand minstens 5 van de volgende 8 kenmerken heeft:
- Kan moeilijk alledaagse beslissingen nemen zonder overdreven veel advies en geruststelling door anderen
- Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid overnemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn of haar leven
- Vindt het moeilijk een verschil van mening tegen anderen te uiten uit vrees steun of goedkeuring te verliezen
- Heeft moeilijkheden ergens alleen aan te beginnen of dingen alleen te doen (eerder als gevolg van een gebrek aan zelfvertrouwen in eigen oordeel of moge-lijkheden dan uit gebrek aan motivatie)
- Gaat tot het uiterste om verzorging en steun van anderen te krijgen, kan zelfs aanbieden vrijwillig dingen te doen die onplezierig zijn
- Voelt zich onbehaaglijk of hulpeloos wanneer zij/ hij alleen is, vanwege de over-matige vrees niet in staat te zijn voor zichzelf te zorgen
- Zoekt hardnekkig naar een andere relatie als een bron van verzorging en steun als een intieme relatie tot een einde komt
- Houdt zich op een onrealistische wijze voortdurend bezig met de vrees aan zichzelf te worden overgelaten.
Mensen met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis hebben een extreme behoefte dat iemand voor hen zorgt en hen aandacht geeft, wat leidt tot aanklampend en onderdanig gedrag. Deze mensen kunnen wel voor zichzelf zorgen, maar zij twijfelen zo sterk aan hun eigen capaciteiten en oordeel, en zij zien anderen als zoveel sterker en capabeler dan zichzelf, dat zij gehandicapt zijn in hun dagelijkse functioneren. Zij vertrouwen erg op de 'sterke' ander, om beslissingen voor hen te nemen, bepaalde dingen voor hen te doen, verantwoording te nemen voor hun acties, en hen door het leven te leiden.
Een lage zelfwaardering en twijfel over hun effectiviteit zorgt er voor dat zij zelf geen verantwoordelijkheid nemen. Omdat ze niet kunnen functioneren zonder die 'sterke' ander, kunnen zij ver gaan om de afhankelijke relatie te onderhouden en te behouden. Aanklampend, onderdanig, passief en zelfopofferend gedrag zijn daar voorbeelden van. Als de relatie over gaat, zal men er alles aan doen een nieuwe persoon te vinden die de verantwoording op zich neemt voor het eigen handelen.[1-3;52]