Inleiding
Oorzaak
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling
Preventie
Meer informatie
Hondsdolheid of rabiës is een infectie met het rabiësvirus. Deze infectie komt voornamelijk voor bij wilde dieren en huisdieren, maar kan zich ook bij de mens voordoen.
Honden en katten die als huisdier worden gehouden, kunnen echter ook door deze wilde dieren worden geïnfecteerd. Op de mens wordt de infectie meestal door honden met rabiës overgebracht. Het virus tast vooral het centrale zenuwstelsel aan (hersenen en ruggenmerg) en veroorzaakt een ontsteking van de hersenvliezen. De ziekte komt over de gehele wereld voor, maar vooral in tropische landen zoals Afrika, Azië, Zuid-Amerika en Oceanië. Wilde dieren zoals stinkdieren, wasberen en vleermuizen zijn veel voorkomende besmettingshaarden in de Verenigde Staten en Canada.
De mens raakt meestal geïnfecteerd door de beet van een geïnfecteerd dier. Het inademen van het rabiësvirus kan eveneens tot infectie leiden. Dit is echter zeldzaam en komt soms voor bij laboratoriumpersoneel dat met het rabiësvirus werkt of bij mensen die grotten bezoeken waar veel vleermuizen leven.
Aanvankelijk veroorzaakt de infectie geen symptomen. Niet alle mensen die door een dier met hondsdolheid worden gebeten, krijgen rabiës, maar zodra de symptomen zich voordoen, is de afloop dodelijk. De symptomen ontstaan meestal weken tot maanden na de beet. Voorbeelden van vroege symptomen zijn koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, misselijkheid, angst om te slikken, plek rond de beet is ongevoelig.
De infectie kan vervolgens op twee manieren verder verlopen: een encefalitische vorm (foudroyante rabiës) die het meest voorkomt, of de paralytische vorm, die zeldzamer is. Bij encefalitische rabiës is de patiënt heel prikkelbaar en hyperactief. Soms zijn er perioden van kalmte, afgewisseld met verwarring en angst.
De patiënt krijgt watervrees (hydrofobie) en kan geen water drinken, zelfs niet als hij hevige dorst heeft. Er zijn krachtige spiercontracties van de ademhalingsspieren als de patiënt water probeert te drinken. Later kan zelfs het zien of horen van water spierkrampen en paniekaanvallen veroorzaken. De ziekte gaat eveneens gepaard met hoge koorts en verhoogde speekselafscheiding. Hallucinaties doen zich voor, die gepaard gaan met spugen, bijten en aanvallen van krankzinnigheid. Bij mensen met paralytische rabiës zijn de spieren rond de plaats van de beet verzwakt. Deze verzwakking verspreidt zich naar de benen en armen en naar de spieren van het gelaat. De infectie verergert tot verlamming, delirium (geestelijke verwarring) en toevallen (ongecontroleerde spiercontracties). Beide vormen kunnen leiden tot het stoppen van de ademhaling, hartcomplicaties en coma. De meeste patiënten overlijden binnen een week tot 12 dagen na het begin van de symptomen.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de geschiedenis van een beet van een dier of andere blootstelling zoals krabben of wonden. Om de diagnose te bevestigen moeten verschillende onderzoeken worden gedaan. Het virus kan worden gedetecteerd met behulp van serologisch onderzoek. Ook een biopsie van de huid wordt gebruikt om de diagnose te bevestigen.
Voor infecties met dit virus bestaat geen geneesmiddel. Zodra het ziekteproces is begonnen, richt de behandeling zich uitsluitend op het verlichten van de symptomen, aangezien de ziekte altijd een dodelijke afloop heeft.
Na de beet van een dier kan de kans om rabiës op te lopen echter via bepaalde maatregelen worden verminderd. Dierenbeten dienen grondig te worden gereinigd met water en zeep ontsmet daarna de wond met jodium of alcohol 70%. Daarna dienen soms de wonden chirurgisch te worden opengesneden; ze mogen niet worden gehecht. Onmiddellijke toediening van rabiësvaccin is bijna altijd effectief. Het ontstaan van rabiës kan worden voorkomen als binnen één of twee dagen met de juiste behandeling wordt begonnen.
De belangrijkste maatregel is de beperking van het aantal zwerfdieren. Vermijd krabben, likken en beten van zoogdieren in gebieden waar hondsdolheid voorkomt en raak dode dieren niet aan zonder handschoenen.
Dieren dienen te worden gevaccineerd en mogen niet met wilde dieren in contact komen. Er zijn vaccins beschikbaar die voor of na de beet kunnen worden toegediend bij mensen die risico lopen, zoals dierenartsen, dierenverzorgers en laboratoriumpersoneel.
Reizigers naar verre landen wordt dringend aangeraden zich te informeren over de situatie in het betreffende land en zich eventueel te laten vaccineren (maar ook dan is behandeling noodzakelijk als er toch contact is met een mogelijk besmet dier).
Onze huisdieren kunnen gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Wanneer u uw dier meeneemt tijdens de vakantie is vaccinatie veelal verplicht (minimaal een maand voor vertrek en de vaccinatie mag niet langer dan een jaar geleden zijn!).
Informatie over rabiës
www.rivm.nl
nl.wikipedia.org/wiki/Hondsdolheid