De opslag en stofwisseling van koolhydraten | |  |  |
Inleiding Meer informatie
De stofwisseling van koolhydraten in de lever omvat:
- de omzetting van enkelvoudige suikers zoals glucose in glycogeen (glycogenese = glycogeenvorming);
- de omzetting van galactose en fructose in glucose;
- de omzetting van eiwitten en vetten in glucose (gluconeogenese = glucosenieuwvorming).
Wanneer het bloed te veel glucose bevat, zet de lever dit om in glycogeen, de opslagvorm van koolhydraten. Wanneer de glucoseconcentratie in het bloed daalt, zet de lever glycogeen weer om in glucose. Ook zet de lever verschillende vormen van suikers om in glucose, zoals galactose en fructose. Gluconeogenese is een mechanisme waarmee de lever de bloedsuikerspiegel verhoogt als deze laag is of tijdens perioden van vasten. De lever speelt dus een belangrijke rol bij het handhaven van de optimale glucoseconcentratie in het bloed. Wanneer een overmaat aan koolhydraten wordt opgenomen, worden deze in vetten omgezet die naar het vetweefsel worden vervoerd, waar ze worden opgeslagen.
Guyton, C.A. and Hall, E.J. (2000), in: Textbook of Medical Physiology, 10th edition, Prism Books, India.
|
|  |
|