Inleiding
Onvruchtbaarheid
Oorzaken
Diagnose
Behandeling
Wat kunt u zelf doen?
Meer informatie
Om zwanger te kunnen worden is het nodig dat bepaalde voorwaarden aanwezig zijn. Zo moet bij de vrouw regelmatig een eicel uit een van de eierstokken vrijkomen; dit heet de eisprong. Daarnaast moeten er in het zaadvocht van de man voldoende, goed beweeglijke, zaadcellen zitten. Het zaad moet onbelemmerd naar de eierstokken van de vrouw kunnen zwemmen om de eicel te bevruchten. Tenslotte is het van belang dat gemeenschap plaatsvindt in de vruchtbare periode. Deze periode ligt tussen drie dagen voor en een dag na de eisprong.
Soms duurt het langer dan gewenst om zwanger te worden. Vaak is er echter geen reden voor ongerustheid. De meeste vrouwen (80%) worden binnen een jaar zwanger. Men spreekt van onvruchtbaarheid wanneer een stel 12 maanden onbeschermde geslachtsgemeenschap heeft gehad zonder dat dit tot een zwangerschap heeft geleid. Als er tenminste een jaar geprobeerd is om zwanger te worden zonder dat dit gelukt is wordt verder onderzoek gedaan. Eerder onderzoek is alleen zinvol als het waarschijnlijk is dat er problemen zijn met de eisprong, de eileiders, de zaadcellen of de gemeenschap. Omdat de vruchtbaarheid met de leeftijd afneemt, wordt bij vrouwen van 36 jaar en ouder al na een half jaar met onderzoek begonnen. De meeste paren die medische hulp inroepen wegens onvruchtbaarheid zijn in werkelijkheid verminderd vruchtbaar.
Onvruchtbaarheid kan worden onderverdeeld in primaire en secundaire onvruchtbaarheid. Primaire onvruchtbaarheid betekent dat nog nooit eerder een kind is verwekt, terwijl gedurende ten minste 12 maanden regelmatige onbeschermde geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden. Secundaire onvruchtbaarheid wil zeggen dat er eerder één of meer kinderen zijn verwekt maar dat dat nu niet lukt ondanks regelmatige onbeschermde geslachtsgemeenschap gedurende ten minste 12 maanden.
Globaal ligt bij dertig procent van de doorverwezen paren de oorzaak bij de vrouw, bij dertig procent bij de man, bij dertig procent bij beiden en bij tien procent wordt uiteindelijk geen oorzaak gevonden.
In een derde van de gevallen ligt de oorzaak van de onvruchtbaarheid bij de man, in een derde bij de vrouw, en in de overige gevallen is de oorzaak onbekend.
Bij mannen kan onvruchtbaarheid worden veroorzaakt door stoornissen in de aanmaak. de afvoer en de beweeglijkheid van de zaadcellen (sperma), of door een stoornis in de zaadlozing. Infectieziekten en problemen in de hormoonhuishouding kunnen de kwaliteit en hoeveelheid van het zaad ook beïnvloeden of problemen met de zaadlozing veroorzaken.
Bij vrouwen kan onvruchtbaarheid worden veroorzaakt door stoornissen in de eicelproductie, stoornissen bij de eisprong, problemen met de eileiders of hormonale stoornissen. Afwijkingen aan de baarmoeder kunnen de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoeder bemoeilijken. Ook kan een afwijkend geslachtschromosoom de oorzaak zijn. Een voorbeeld hiervan is het syndroom van Turner, waarbij altijd onvruchtbaarheid optreedt.
Als er na ongeveer een jaar onbeschermde gemeenschap nog geen zwangerschap is kan contact worden opgenomen met de huisarts. Deze zal de vrouw dan meestal vragen om gedurende enkele maanden dagelijks haar temperatuur bij te houden, om vast te stellen of er maandelijks een eisprong is. Als er een eisprong optreedt, is de lichaamstemperatuur 's ochtends namelijk ongeveer een halve graad hoger dan normaal. Tevens zal de arts vragen naar het verloop van de cyclus en de gemeenschap. Ook wordt het zaad van de man onderzocht in een laboratorium. Leveren de zo verkregen gegevens geen bijzonderheden op, dan vind er verwijzing naar een gynaecoloog plaats. De gynaecoloog zal het oriënterend fertiliteit onderzoek (OFO) uitvoeren. Waarbij stapsgewijs een aantal mogelijke oorzaken van het uitblijven van een zwangerschap worden onderzocht. Hierbij wordt een uitgebreid lichamelijk onderzoek van beide partners gedaan. Tevens worden in het laboratorium onder andere hormoonbepalingen gedaan om te bekijken of de cyclus in orde is. Ook wordt een uitstrijkje van de baarmoederhals gemaakt en beoordeeld en een chlamydia kweek gedaan. Chlamydia is een veel voorkomende seksueel overdraagbare aandoening die een (chronische) ontsteking kan veroorzaken, waardoor de eileiders beschadigd kunnen raken. Tevens zal de cyclus zal gedurende enige tijd goed gevolgd worden, door middel van het bijhouden van een menstruatiekalender. Tenslotte wordt een inwendige echoscopie gedaan om te kijken of er eirijping plaatsvindt in de eierstok en om de grootte en afwijkingen aan baarmoeder en eierstokken te beoordelen. Afhankelijk van wat deze genoemde onderzoeken opleveren kunnen nog andere onderzoeken worden uitgevoerd.
De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de onvruchtbaarheid. De leeftijd van de vrouw is van belang, omdat tussen het 30ste en 35ste levensjaar de kans op bevruchting per cyclus halveert.
Infecties van de vagina of baarmoederhals moeten beide partners worden behandeld met antibiotica voordat andere vruchtbaarheidsbehandelingen worden uitgevoerd. Wanneer de eileiders van de vrouw beschadigd zijn, is er soms de mogelijkheid ze te herstellen met behulp van een operatie. Het slagen van deze ingreep hangt grotendeels af van de ernst van de beschadigingen.
Afwezigheid van de eisprong (chronische anovulatie) is een duidelijke oorzaak van onvruchtbaarheid. Indien hormonale afwijkingen de afwezigheid van de eisprong veroorzaken, moeten deze worden gecorrigeerd. Deze behandeling wordt ovulatie-inductie genoemd.
Mannen worden zelden met hormonen behandeld. Van hormoonbehandeling bij mannen staat niet vast of de behandeling resultaat heeft.
Als er geen directe oorzaken te vinden zijn voor uitblijven van de zwangerschap wordt vaak eerst kunstmatige inseminatie (KI) of intra-uteriene inseminatie (IUI) voorgesteld. Bij deze behandelingen wordt het zaad door speciale technieken in de vagina of baarmoeder van de vrouw gebracht. Tegelijkertijd kan hormoonbehandeling van de vrouw plaatsvinden, ter ondersteuning van de cyclus. Het nadeel hiervan is dat er meerdere eitjes tegelijk kunnen rijpen met een grotere kans op een meerling. Een ander behandelingsmogelijkheid is in-vitro fertilisatie (IVF) ofwel reageerbuisbevruchting. Dit kan worden toegepast bijvoorbeeld in geval van afgesloten eileiders, ernstige mate van endometriose, verminderde vruchtbaarheid van de man en onbegrepen onvruchtbaarheid. Bij deze behandeling worden eicel en zaadcellen in het laboratorium samengebracht en wordt afgewacht of bevruchting plaatsvindt. Vervolgens worden een bevruchte eicel met een slangetje teruggeplaatst in de baarmoeder. De kans op een doorgaande zwangerschap is gemiddeld 16% - 20% per teruggeplaatste bevruchte eicel.
Een variant op IVF is intra-cytoplasmatische sperma injectie (ICSI). Hierbij wordt één enkele zaadcel geselecteerd en rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd. ICSI is geschikt voor paren waarbij zeer slechte zaadkwaliteit de oorzaak is voor het uitblijven van een zwangerschap. Paren waarbij tijdens IVF-behandelingen geen bevruchting is opgetreden komen ook voor ICSI in aanmerking. De gevolgen op lange termijn van ICSI zijn nog onduidelijk, maar tot op heden lijken er in het algemeen geen negatieve gevolgen te zijn voor de aldus ontstane kinderen. Wel is er, net als bij IVF, een grotere kans op een meerling en vroeggeboorte.
Wanneer de man zeer sterk verminderd of helemaal niet vruchtbaar is, kan kunstmatige inseminatie met donorzaad worden overwogen. Ook als de man erfelijk belast is met een ziekte, kan men kiezen voor deze mogelijkheid. Het kind dat daaruit voortkomt, is genetisch gezien geen eigen kind van de man. Als de vrouw geen eicellen (meer) heeft, kan ze - met de hulp van een donor die een IVF-behandeling ondergaat - toch zelf een kind krijgen. Gelijktijdig met de IVF-behandeling van de donor, krijgt de vrouw een hormoonbehandeling om te zorgen dat haar baarmoederslijmvlies op het goede moment klaar is om een bevrucht eitje te ontvangen en te laten innestelen. Nadat de donor haar eitjes heeft afgestaan, worden ze bevrucht met het sperma van de partner van de vrouw die graag zwanger wil worden. Dit heet een eiceldonatie.
De grootste kans op zwangerschap heeft u wanneer u onbeschermde gemeenschap heeft in de vruchtbare periode. Deze periode ligt tussen drie dagen voor en een dag na de eisprong. Afwezigheid van de eisprong kan verholpen worden door veranderingen in de levensstijl zoals afvallen of juist meer eten.
nhg.artsennet.nl
Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
www.nvog.nl
Informatie van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
www.freya.nl
Informatie van de patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
Campbell, S. & Monga, A. (2000), Infertility, 17th ed, Gynaecology by Ten Teachers, Arnold, London
jcem.endojournals.org
"Evaluation and Treatment of the Infertile Couple"
(Engels) Informatie van de The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism
Padubidri, V.G. & Daftary, S.N. (2000), The Pathology of Conception, 12th ed, Shaw's Textbook of Gynaecology, Churchill, Livingstone, London.