Button Menu Spreekuur
Button Menu medischabc
Button Menu lifestyle
Button Menu interactief
Longkanker (algemeen)
Pagina afdrukkenTell a friend

Inleiding
Oorzaak
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling
Prognose en preventie
Meer informatie

Longkanker (ook wel een maligne neoplasma genoemd) is een abnormale en ongecontroleerde groei van longweefsel. Het is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Er wordt verschil gemaakt tussen primaire en secundaire longkanker.

Primaire longkanker ontstaat in de longen zelf. Voorbeelden van primaire vormen van longkanker zijn plaveiselcelcarcinoom,adenocarcinoom, grootcellig carcinoom en kleincellig carcinoom.

Secundaire longkanker ontstaat doordat primaire vormen van kanker in andere organen, zoals in de borsten, de maag, de darmen of de alvleesklier (het pancreas), uitzaaien naar de longen.

De belangrijkste oorzaak voor de abnormale en ongecontroleerde groei van weefsel in de longen is het roken van sigaretten. Ongeveer 15% van de mensen die roken, krijgt te maken met longkanker. Dit risico is hoger wanneer er longkanker in de familie voorkomt. Vrouwen hebben bovendien een hoger risico dan mannen. Ook passief roken leidt hoogstwaarschijnlijk tot longkanker.

Werknemers die werken met asbest, arsenicum, chroom of verbrandingsproducten van steenkool zijn gevoeliger voor longkanker. Ook luchtverontreiniging en blootstelling aan straling verhogen het risico op longkanker.

Longkanker geeft aanvankelijk weinig tot geen klachten. Wanneer er eenmaal verschijnselen optreden, heeft de kanker zich meestal al flink uitgebreid. De verschijnselen kunnen dan het gevolg zijn van de tumor zelf, van uitzaaiingen, of van het paraneoplastisch syndroom.

Verschijnselen die vooral voorkomen bij longkanker zijn:

  1. hoesten (al dan niet in combinatie met ophoesten van bloed of slijm);
  2. kortademigheid;
  3. gewichtsverlies;
  4. ongewone moeheid;
  5. pijn op de borst;
  6. zenuwuitval (door ingroei van kankerweefsel in zenuwen kan heesheid of het syndroom van Horner ontstaan);
  7. trommelstokvingers (vervorming van de laatste vingerkootjes door langdurig zuurstoftekort);
  8. opzetten van de hals en het gezicht (kankerweefsel kan de ader die het bloed vanuit deze gebieden afvoert naar het hart indrukken waardoor stuwing ontstaat).

De diagnose longkanker wordt gesteld op basis van de ziektegeschiedenis van de patiënt, lichamelijk onderzoek en aanvullende onderzoeken. Het aanvullend onderzoek begint met een röntgenfoto en eventueel een CT-scan van de borst, waarop te zien is waar de eventuele kanker zich bevindt.

Daarna moet de diagnose worden bevestigd door de tumorcellen direct te onderzoeken op kwaadaardigheid. Het opgehoeste slijm (sputum) wordt onderzocht om kankercellen op te sporen. Met een methode die bronchoscopie wordt genoemd, kunnen de luchtpijp, de bronchi en de longen worden onderzocht. Met deze methode kan ook een biopsie worden uitgevoerd of kunnen de luchtwegen worden gespoeld (lavage) om cellen voor onderzoek op te vangen. Er kan ook vloeistof uit de pleuraholte (de ruimte tussen de longen en de borstkas) worden afgenomen met een dunne naald. Dit vocht kan worden onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Met andere onderzoeken zoals CT-scans en MRI-scans kan worden gekeken om welke vorm van kanker het gaat en hoe ver die zich heeft uitgebreid.

Het doel van de diagnostiek is het vaststellen van de vorm en het stadium van longkanker. De verschillende vormen van longkanker vragen om verschillende behandelwijzen. Het vaststellen van het stadium van de longkanker gebeurt aan de hand van een internationaal classificatiesysteem waarbij gekeken wordt naar de grootte van de tumor en het bestaan en de aard van uitzaaiingen.

Afhankelijk van de vorm en het stadium van de kanker en de organen die aangetast zijn, kan de behandeling bestaan uit chemotherapie, bestraling, operatieve ingrepen of een combinatie van deze mogelijkheden.

Helaas is het vaak niet mogelijk om longkanker te genezen. De behandeling is dan gericht op symptoombestrijding. Dit wordt palliatief behandelen genoemd en is bij alle vormen van longkanker gelijk. Zo’n behandeling is niet gericht op genezing. Bij mensen met ongeneeslijke kanker die steeds moeten hoesten en zo aan ademgebrek lijden dat ze vrijwel gehandicapt zijn, kan een verlichtende laserbehandeling helpen. Voor mensen die problemen met slikken hebben, kan het helpen om zelfuitzettende stents (een soort kokertjes) in de slokdarm (oesofagus) te zetten. Wanneer de kanker toeneemt, kan dit patiënten heel veel pijn geven. Om de pijn te verzachten, worden vaak ruime hoeveelheden analgetica (pijnstillende middelen) zoals morfine gegeven. Iedere infectie in het lichaam moet worden behandeld met de juiste antibiotica of middelen tegen schimmelinfecties. Bij mensen met veel pijn aan hun botten kan een korte bestralingskuur helpen.

De prognose van longkanker is vaak ongunstig. Dit komt vooral doordat de kanker meestal pas in een laat stadium wordt ontdekt. De sterfte als gevolg van longkanker is hoog. Voor de meeste patiënten is de kans om het eerste jaar van de ziekte te overleven maar 20%. Maar 10% van de longkankers is op het moment dat ze ontdekt worden nog te genezen.

De beste maatregel om de kans op longkanker zo klein mogelijk te maken is stoppen met (passief) roken. Vijf jaar na het stoppen neemt de kans op longkanker langzaam af, maar deze blijft verhoogd ten opzichte van mensen die nooit gerookt hebben.

Bij longkanker kan de ziekte zich uitbreiden naar andere delen van het lichaam, zoals de botten, de lever en de hersenen. Wanneer de kanker zich verder ontwikkelt, kan dit gepaard gaan met vervelende verschijnselen, zoals ernstige ademnood, toenemende problemen bij het slikken en voortdurende hoest. Door de kanker kan iemand ook gevoelig worden voor allerlei infecties, vooral voor schimmelinfecties. Deze infecties kunnen dodelijk aflopen, omdat de organismen vaak niet meer reageren op de meeste bestaande behandelingen. De kanker kan zich vanuit de longen uitbreiden naar de slokdarm (oesofagus), waardoor een abnormale verbinding tussen deze lichaamsweefsels ontstaat. Deze abnormale verbinding wordt een tracheo-oesofageale fistel genoemd en is levensbedreigend.

Informatie van KWF kankerbestrijding
www.kwfkankerbestrijding.nl

Informatie van een organisatie voor mensen met longkanker
www.longkanker.nfk.nl

Informatie van het RIVM met het Nationaal Kompas Volksgezondheid
www.rivm.nl

Uitleg over het paraneoplastisch syndroom
www.merckmanual.nl

(Engels) Informatie van de American Lung Association (USA)
www.lungusa.org

Velde C.J.H., Bosman F.T., Wagener D.J.Th. Oncologie, zesde herzien druk. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum, 2001.

Crompton, G.K., Haslett, C. & Chilvers, E.R. (1999), 'Diseases of the respiratory system', in Davidson’s Principles and Practice of Medicine, eds. C.Haslett, E.R.E. Chilvers, J.A.A. Hunter, et al., 18th ed., Churchill Livingstone, London.

Davies, R.J. (1999), Respiratory disease, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds.), Clinical Medicine, 4th ed., Harcourt Publishers Limited, Edinburgh, London.

Fraser, R.G., Pare, J.A.P., Pare, P.D., et al. (1989), Diagnosis of diseases of the chest, 3rd ed., vol. 2, W.B. Saunders Company, Philadelphia.

Kumar, P.J., Clark, M.L. 1999, 'Gastroenterology', in: Kumar P. & Clark, M., eds. Clinical Medicine, 4th ed., Harcourt Publishers, London.

Russell, R.C.G., Williams, N.S. & Bulstrode, C.J.K. (2000), Bailey & Love’s Short Practice of Surgery, 23rd ed., Arnold, London.

Sabiston, D.C. Spencer, F.C. (1999), Surgery of the Chest, 5th ed., W.B. Saunders Company, Philadelphia.


Bron: LSHTM Copyright: MedicinfoDatum: 27/03/2008Disclaimer
geavanceerd zoeken

Zoeken

Ik wil zoeken naar: