Inleiding
Indicatie
Werking
Voorzorgsmaatregelen
Bijwerkingen
Meer informatie
Protozoën zijn een bepaald soort parasieten. Antiprotozoïca worden gebruikt om infecties met protozoën te behandelen.
De belangrijkste infecties met protozoën die bij de mens voorkomen, zijn:
Elk van deze aandoeningen wordt op een andere wijze behandeld.
Bij de behandeling van malaria worden onder andere geneesmiddelen als kinine, mefloquine of progruanil met atovaquon gebruikt.
De overige ziektebeelden worden behandeld met andere antiprotozoïca geneesmiddelen zoals onder andere metronidazol.
Antiprotozoïca worden ingenomen in de vorm van tabletten of capsules of intraveneus (via de aderen) toegediend.
Het werkingsmechanisme van de meeste antiprotozoïca is niet (geheel) bekend.
Metronidazol mag niet gebruikt worden bij bepaalde bloedafwijkingen en organische neurologische aandoeningen.
Tot de meest voorkomende bijwerkingen behoren: koorts, misselijkheid, braken, diarree, maagpijn, duizeligheid en hoofdpijn.
Sommige van deze geneesmiddelen veroorzaken allergische reacties met uitslag en jeuk. Soms krijgt de patiënt koorts kort nadat het geneesmiddel is geïnjecteerd. In enkele gevallen komen ernstiger complicaties voor met betrekking tot het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg).
Informatie over medicijnen
www.farmacotherapeutischkompas.nl
Finch, R.G., Moss, P., Jeffries, D.J., and Anderson, J. (2002), “Infectious diseases, tropical medicine and sexually transmitted diseases”, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds), Clinical Medicine, 5th edition, W.B. Saunders, London.
Tracy, J. W., and Webster, L. T. Jr., (1995), “Drugs Used in the Chemotherapy of Protozoal Infection: Malaria”, in: Hardman, J.G. and Limbird, L.E (eds), Goodman and Gilman’s The Pharmacological Basis of Therapeutics, 9th Ed, McGraw-Hill, New York.
Rang, H.P., Dale, M.M., Ritter, J.M. (1999), Pharmacology, 4th edition, Churchill Livingstone, London.