Button Menu Spreekuur
Button Menu medischabc
Button Menu lifestyle
Button Menu interactief
Uitdroging
Pagina afdrukkenTell a friend

Inleiding
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Zelfzorg
Vooruitzichten
Meer informatie

Volwassenen hebben dagelijks twee liter vocht nodig. Kinderen ongeveer een liter. Bij uitdroging verliest het lichaam meer vocht dan het binnenkrijgt. We verliezen vocht tijdens het ademhalen, zweten, plassen en bij de stoelgang. Tegelijk met vocht verdwijnen ook zouten, eiwitten en suikers die het lichaam nodig heeft.

De kans op uitdroging is het grootst bij mensen uit kwetsbare groepen, zoals ouderen, chronisch zieken, zwangere vrouwen en kinderen onder de twee jaar.

Uitdroging ontstaat als er veel vocht verloren gaat of als er te weinig vocht wordt ingenomen. Dit gaat vaak samen.
Vochtverlies kan optreden door:

  • braken en diarree.
  • veel zweten door koorts, extreme hitte of overmatige lichamelijke inspanning.
  • brandwonden of andere grote open wonden.
  • veel plassen bij een ontregelde suikerziekte of diabetes insipidus, of door het gebruik van plasmiddelen.

Bij mensen die niet genoeg vocht innemen, kunnen snel uitdrogen. Dit komt bijvoorbeeld voor als het dorstmechanisme niet goed werkt (bij ouderen), als mensen misselijk zijn en overgeven of als zij afhankelijk zijn van anderen (baby’s, zieken).

In het begin zijn er nog weinig verschijnselen. Naarmate de uitdroging ernstiger wordt, worden de verschijnselen ook erger. Mogelijke verschijnselen zijn:

  • donkere urine en minder plassen
  • dorstgevoel
  • droge mond en lippen
  • duizeligheid (bij opstaan) of neiging tot flauwvallen
  • hoofdpijn
  • snelle ademhaling
  • slaperigheid of prikkelbaar
  • verwardheid
  • sufheid tot coma
  • diepliggende ogen
  • koude, klamme of zelfs blauwe handen en voeten
  • hartritmestoornissen
  • spierkrampen

Specifiek bij jonge kinderen kan daarbij nog optreden:

  • huilen zonder tranen
  • ingezakte fontanel
  • inactief zijn, slecht drinken
  • huidplooien die blijven staan als deze worden opgepakt tussen duim en wijsvinger

Op basis van de klachten en het lichamelijk onderzoek kan een arts uitdroging vaststellen. In het bloed kan hij onderzoek doen naar de nierfunctie en de zouten (natrium en kalium) om de mate van uitdroging vast te stellen. Daarnaast kan hij aanvullend onderzoek inzetten om de oorzaak van de uitdroging te achterhalen.

  • Om uitdroging te voorkomen is zoveel mogelijk drinken belangrijk. Het maakt niet zoveel uit of dit water, slappe thee, bouillon of vruchtensap is.
  • Gebruik voldoende zout.
  • Drink bij braken en/of diarree steeds een glas na elke toiletgang.
  • Drink niet teveel tegelijk om misselijkheid te voorkomen.
  • Gebruik eventueel ORS-drank. Dit is een oplossing met suiker en zouten. ORS kan zonder recept bij een apotheek of drogist gekocht worden. Zelf maken kan ook: meng 1 liter (mineraal)water met 1 theelepel zout en 8 theelepels suiker.
  • Was de handen grondig na toiletgang, voor het koken en voor het eten.
  • Leg baby’s vaker aan de borst en geef hen extra water via een flesje of met een lepeltje.
  • Vermijd inspanning op het heetst van de dag en blijf uit de zon.

Neem bij diarree contact op met een arts:

  • als er sprake is van klachten die wijzen op uitdroging.
  • als de diarree langer dan drie dagen aanhoudt
  • bij hoge koorts krijgt.

Met kinderen jonger dan 2 jaar dienen al na een dag door een dokter te worden gezien. Mensen met diabetes zullen hun suikers extra moeten (laten) controleren.

Als uitdroging niet behandeld wordt, kan iemand in shock raken. De bloeddruk daalt dan gevaarlijk en het hart slaat op hol. Dit kan leiden tot beschadiging van de hersenen, hart en nieren en uiteindelijk tot het overlijden.
Mits uitdroging tijdig behandeld wordt, zijn de vooruitzichten prima.

Informatie over uitdroging en borstvoeding
www.richtlijnborstvoeding.nl/richtlijn/uitdroging-en-ondervoeding

Informatie over uitdroging en ouderen
www.rivm.nl/milieuportaal/images/

Informatie van NHG over reizigersdiarree
http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/

(Engelse) informatie
http://emedicine.medscape.com/article/906999-overview

Hodgkinson, B., Evans, D. and Wood, J. (2003), “Maintaining oral hydration in older adults: a systematic review”, Int J Nurs Pract, vol. 9, no. 3, June, pp. S19-28
www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.

Kavouras, S.A. (2002), “Assessing hydration status”, Curr Opin Clin Nutr Metab Care, vol. 5, no. 5, September, pp. 519-524 www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.

Sentongo, T.A. (2004), “The use of oral rehydration solutions in children and adults”, Curr Gastroenterol Rep, vol. 6, no. 4, August, pp. 307-313
www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.

Singer, G.G. and Brenner, B.M. (2001), Fluid and Electrolyte Disturbances, in: Braunwald, E., Fauci, A.S., Kasper, D.L., Hauser, S.L., Longo, D.L. and Jameson, J.L. (eds) Harrison’s Principles of Internal Medicine, 15th ed, vol. 2, McGraw-Hill, London.




Bron: Medicinfo Copyright: MedicinfoDatum: 20/03/2013Disclaimer
geavanceerd zoeken

Zoeken

Ik wil zoeken naar: