Inleiding
Verschillende typen dyspraxie
Verschijnselen
Behandeling
Hulp aan kinderen met dyspraxie
Referenties
'Praxis' betekent 'doen of handelen'. De term dyspraxie is hiervan afgeleid en verwijst naar een stoornis waarbij dat 'doen of handelen' niet goed verloopt. Hierbij kan het gaan om bedenken wat men wil gaan doen (plannen), maar ook om de uitvoering zelf.
Dyspraxie komt op alle leeftijden voor en kan zowel het gevolg zijn van een niet goed ontwikkelde hersenfunctie als gevolg van aangeboren hersenletsel - maar ook van hersenschade na een ongeluk of hersenbloeding sprake zijn.
Dyspraxie kan tot verschillende soorten problemen leiden, die alleen of in combinatie kunnen voorkomen:
- moeite of onvermogen om een taak uit te voeren, zoals haren kammen of zwaaien;
- moeite met het uitvoeren van ingewikkelder taken, zoals de juiste volgorde van te nemen stappen bij tanden poetsen;
- moeite met het aankleden en de kleren in de juiste volgorde aantrekken;
- moeilijkheden met spreken;
- moeite met ruimtelijke verbanden, constructies maken;
- een slecht ruimtelijk gevoel van het lichaam bij beweging van armen en benen.
De symptomen van een kind met dyspraxie kunnen zich uiten door bijvoorbeeld:
- coördinatieproblemen, zoals problemen met lopen, onhandigheid;
- problemen met hinkelen en touwtje springen, ballen gooien en vangen of fietsen;
- onvermogen een pen of potlood op de juiste wijze vast te houden;
- verwarring met welke hand een taak moet worden uitgevoerd.
Sommige kinderen zijn gevoelig voor aanraking, waardoor ze zich niet prettig voelen wanneer ze kleren aan hebben of wanneer hun haar of nagels worden geknipt. Sommige patiënten hebben een slecht richtingsgevoel, spraakproblemen of problemen met lezen of schrijven.
Voor dyspraxie bestaat geen behandeling die de stoornis kan verhelpen. De begeleiding en training bestaan uit hulp van ergotherapeuten, fysiotherapeuten en de steun van de omgeving.
Vaak zal een kind met dyspraxie problemen hebben met de communicatie. Vooral verbale activiteiten van repetitieve aard, zoals kinderversjes en liedjes, nodig voor de ontwikkeling van de taalvaardigheden, geven vaak problemen.
Als het kind echter niet in staat is goed te communiceren, kan het noodzakelijk zijn met gebaren de communicatie te ondersteunen. Niet alleen raakt het kind hierdoor minder gefrustreerd, maar dit helpt ook bij de spraakontwikkeling.
Als het kind problemen heeft met lichamelijke activiteiten, moet het worden gestimuleerd om zijn prestaties te verbeteren. Dit kan worden gedaan door taken samen met het kind te oefenen om bijvoorbeeld de juiste volgorde van handelingen aan te leren. Daarbij wordt begonnen met eenvoudige taken en komen de meer gecompliceerde taken die uit verschillende stappen bestaan, pas later aan de orde. Het is belangrijk geduldig te zijn met het opvoeren van de moeilijkheidsgraad, omdat het kind wellicht tijd nodig heeft om zich een activiteit eigen te maken. Frustratie en angst zullen het succes van een kind alleen maar in de weg staan.
Het kind moet worden gestimuleerd vriendschappen te sluiten en zich bij groepsactiviteiten aan te sluiten, omdat het hierdoor geholpen wordt de juiste sociale vaardigheden aan te leren.
www.nlm.nih.gov/medlineplus/ency/article/003203.htm
The dyspraxie foundation,
www.dyspraxiafoundation.org.uk/