Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling
Voedingsadviezen
Complicaties
Meer informatie
Op de overgang van de slokdarm naar de maag bevindt zich een sluitspiertje, de onderste slokdarmsfincter . Als voedsel wordt doorgeslikt, ontspant deze spier zich om de weg naar de maag vrij te maken.
Achalasie is een vrij zeldzame aandoening waarbij de sfincter zich onvolledig of in het geheel niet ontspant. Daardoor kan zowel vast als vloeibaar voedsel in de slokdarm blijven steken. Bij achalasie is ook de peristaltiek verstoord, waardoor de slokdarm uitzet en er zich nog meer voedsel ophoopt. Met peristaltiek worden de bewegingen aangeduid die slokdarm normaal gesproken maakt om het voedsel naar de maag te stuwen.
Achalasie kan op alle leeftijden optreden, maar komt het meest voor bij mensen tussen de twintig en veertig jaar.
Achalasie treedt op doordat de zenuwen die de slokdarmbewegingen reguleren, beschadigd worden en verloren gaan. Hoe dit komt, is niet precies bekend. Misschien speelt een virusinfectie een rol of is er sprake van een auto immuunziekte . Dit is een ziekte waarbij het afweersysteem eigen weefsel aanvalt.
De meest voorkomende klacht bij achalasie is dat er voedsel achter het borstbeen blijft hangen. In het begin alleen vast voedsel, maar in een later stadium ook vloeistoffen. Andere mogelijke verschijnselen zijn oprispingen, brandend maagzuur en een drukkend gevoel op de borst. Deze klachten verergeren meestal na de maaltijd. Ook kan het eten weer omhoog komen. Vaak is er sprake van een ‘slechte adem’. De eetlust kan verminderen, met gewichtsverlies tot gevolg.
Wanneer op basis van de klachten en een lichamelijk onderzoek gedacht wordt aan achalasie, is verder onderzoek noodzakelijk. De diagnose kan worden vastgesteld aan de hand van een röntgenfoto , die wordt gemaakt na het slikken van een contrastmiddel (bariumpap). Drukmeting van de slokdarm kan het slecht functioneren van de onderste slokdarmsfincter bevestigen. Soms wordt een kijkonderzoek (endoscopie) uitgevoerd om andere aandoeningen, zoals slokdarmstrictuur en slokdarmkanker , uit te sluiten.
Achalasie kan niet genezen worden. De behandeling van achalasie richt zich op het verminderen of wegnemen van de klachten en het voorkomen van complicaties. Hierdoor wordt geprobeerd om het functioneren van de sluitspier tussen slokdarm en maag te verbeteren. Deze onderste slokdarmsfincter kan worden opgerekt tijdens een endoscopische behandeling. Dit wordt ook wel dilatatie genoemd. Ook kan in de sfincter een spierverslapper (botox) worden gespoten. Het effect hiervan is vaak goed, maar is helaas tijdelijk. Het zal dan vaker herhaald moeten worden. Soms is een operatie nodig, een zogeheten myotomie (operatie van Heller). Hierbij worden de spieren onder aan de slokdarm doorgesneden om de druk op de onderste slokdarmsfincter te verminderen. Soms kunnen de klachten worden verlicht met geneesmiddelen. Deze zijn meestal niet zo effectief en kunnen bijwerkingen hebben.
Door de voeding aanpassen kan de passage van voedsel vergemakkelijkt worden. Harde, vezelige voeding moet worden vermeden. Men kan de voeding pureren of smeuÏg maken met jus of saus. Veel drinken bij de maaltijd helpt ook. Het is beter om vaker kleinere hoeveelheden te eten en het eten goed te kauwen.
Doordat zich voeding ophoopt in de slokdarm kan dit teruglopen en in de longen terecht komen. Dit kan een ernstige longontsteking tot gevolg hebben.
Door de problemen met eten kan er ondervoeding ontstaan.
Er zijn aanwijzingen dat mensen met achalasie een verhoogde kans op het krijgen van slokdarmkanker hebben. Daarom is het van belang om bij terugkeer van de klachten na een behandeling of bij toename van de klachten een arts te raadplegen.
Informatie van de Maag Lever Darm Stichting
www.mlds.nl/ziekten/34/achalasie-van-de-slokdarm/
Informatie van het Academisch Medisch Centrum
www.amc.nl/index.cfm?pid=137&itemid=92&contentitemid=29
Adler, D.G and Romero, Y. (2001), Primary Esophageal Motility Disorders, Mayo Clinic Proceedings, vol. 76, no. 2, pp. 195-200,
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11213308?dopt=Abstract (Engels)
Hoogerwerf, W.A. and Pasricha, P.J. (2001), Pharmacologic Therapy in Treating Achalasia, Gastrointestinal Endoscopy Clinics of North America, vol. 11, no. 2, pp. 311-24,
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11319064?dopt=Abstract (Engels)
Mandal, A. and Robinson, R.J. (2001), Indications and Efficacy of Botulinum Toxin in Disorders of the Gastrointestinal Tract, European Journal of Gastroenterology & Hepatology, vol. 13, no.5, pp. 603-9,
www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/11396545?dopt=Abstract (Engels)